FD Artikel: Bedrijfsmatige aanpak in besluitvorming gemeenten

29-04-2013

Bedrijfsmatige aanpak biedt geen antwoord op financiële uitdagingen gemeenten

Gemeenten staan voor de uitdaging om het toegenomen belang van financiën in hun management en besluitvorming te incorporeren, zonder daarbij hun maatschappelijke doelstellingen uit het oog te verliezen. Dat vereist een invulling van het financieel management die is afgestemd op de verschillende soorten dienstverlening en past bij de gemeentelijke visie en strategie. 

Bijna dagelijks maken media melding van de grote financiële problemen waar gemeenten mee kampen. De financiële crisis heeft grote invloed op de waarde van de gemeentelijke grondposities en daarmee op het weerstandsvermogen. Het Gemeentefonds krimpt in lijn met de Rijksbegroting. De grote decentralisatie van taken op het gebied van AWBZ/WMO, jeugdzorg en sociale werkvoorziening van het Rijk naar de gemeenten gaat gepaard met taakstellende besparingen op de totale budgetten. Bovendien hebben Rijk en provincies de voorwaarden voor noodsteun aangescherpt, waardoor gemeenten minder snel een beroep kunnen doen op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en meer moeten bezuinigingen.

In veel gevallen wordt deze problematiek primair vanuit financieel perspectief benaderd, op basis waarvan maatregelen en instrumenten worden toegepast die geïnspireerd zijn op het bedrijfsleven. Voorbeelden hiervan zijn standaardisering en schaalvergroting. Een gemeente is echter geen commercieel bedrijf met een financiële doelstelling (bv. waardecreatie voor de aandeelhouder) waar vervolgens alle beslissingen en handelingen van afgeleid kunnen worden. De paradigma’s en instrumenten die het bedrijfsleven aanreikt, passen dus niet één-op-één binnen een gemeentelijke context.

Een gemeente is in de kern een maatschappelijke organisatie met meerdere doelstellingen die primair niet financieel van aard zijn. Haar ultieme streven is het optimaliseren van de leefbaarheid van de lokale samenleving. Om haar financiële uitdagingen succesvol aan te kunnen pakken, is het essentieel te beseffen dat financiën weliswaar een belangrijk kader scheppen, maar geen doel op zich zijn. Idealiter heeft dit zijn weerslag op het financieel management, dat moet passen bij de gemeentelijke visie en strategie.

Onder invloed van het opkomende ‘bedrijfsmatig’ denken bestond in de jaren ’90 en de beginjaren van deze eeuw een drang naar een uniforme insteek van de financiële functie van gemeenten. De invoering van planning & controle-instrumenten die afgeleid waren van het bedrijfsleven hebben gemeenten echter niet geholpen bij het creëren van het juiste financiële en beleidsmatige kader voor het uitvoeren van de lokale prioriteiten. Het meten van en sturen op zaken die er in de kern niet toe doen of niet meetbaar zijn, kost veel tijd en leidt niet tot de gewenste effectiviteit.

Langzaam ontstaat het besef dat het financieel management bij gemeenten een specifieke afstemming op de gemeentelijke context vereist, waarbij primair gestuurd wordt op maatschappelijke baten en lasten. Van Dinten et al. (“In de gemeente gebeurt het”, januari 2013) schetsen een gemeentelijk bedrijfsconcept met vier categorieën van dienstverlening: Individuele dienstverlening, gestandaardiseerde diensten, infrastructurele voorzieningen en diensten voor de leefbaarheid. Deze onderverdeling is niet alleen een bruikbaar handvat voor de organisatie van de dienstverlening, maar ook voor de inrichting van een bijpassend financieel management dat is afgestemd op de uitdagingen waar de gemeenten nu voor staan.

Het zeer actuele decentralisatievraagstuk heeft voor een groot deel betrekking op de individuele dienstverlening; diensten die de gemeente levert aan individuele burgers, uitgaande van hun individuele situatie en behoeften. Een voorbeeld is de thuiszorg. De uitdaging van dit type dienstverlening is om binnen de kaders van een budget zoveel mogelijk mensen zo goed mogelijk te helpen. De organisatie en invulling van deze dienstverlening vraagt daarom om een mens- en contextgedreven aanpak,  van buiten naar binnen en bottom-up. Het financieel management moet hierbij aansluiten, gericht op het maximaliseren van de effectiviteit: budgettering, beheersing, rapportage, meting en analyse.

De huidige problematiek rond de grondposities heeft betrekking op de infrastructurele voorzieningen en raakt met name gemeenten met een actief grondbeleid. In zekere zin opereert een gemeente met actief grondbeleid als een commercieel bedrijf, zij investeert uit eigen middelen in grondposities met als doel daar een bepaald rendement mee te behalen. Dat rendement kan ook bestaan uit het bereiken van een gewenst maatschappelijk effect. De financiële risico’s zijn navenant. Infrastructurele voorzieningen hebben een  publiek karakter. De organisatie en invulling ervan vraagt om centrale  coördinatie door de gemeente. Gezien de risico’s speelt financieel management een actieve, prominente rol die al begint bij de beleidsvorming en via investeringsbeslissing en exploitatie eindigt bij verantwoording. Bepaalde methodes uit het bedrijfsleven, zoals business case analyse en financiële modellering op basis van value based management, kunnen op dit gebied een constructieve bijdrage leveren zolang de maatschappelijke doelstellingen in het oog gehouden worden.

Financieel management vervult een zeer wezenlijke rol bij het aangaan van de hiervoor genoemde uitdagingen. Om effectief te zijn is een gedifferentieerde aanpak nodig, met instrumenten die specifiek toegespitst zijn op de gemeentelijke dienstverlening en haar maatschappelijke doelstellingen. Het financieel management dient neergezet te worden vanuit de kennis van de gemeentelijke context, de gestelde doelen binnen deze context en de daarvoor te brengen ‘aanvaardbare’ offers. Dit vraagt om specialisten die in staat zijn om samen met de gemeente deze context juist in te schatten. Het vinden van een goede oplossing begint immers met het begrijpen van het probleem en daarbij hoort een adviseur die zich hierin kan verplaatsen.

David van Loo

Partner

First Dutch Capital

David.VanLoo@firstdutch.com

+31 (0)20 522 6370